Naar aanleiding van ‘nostalgie-net’ een kanaal waarop allerlei dingen van vroeger te zien zijn, en de opmerking van een familie lid dat het wel aardig was, maar toch geen top, kwam ik tot de conclusie dat veel ervan wel wat oubollig overkomt. Denk bijvoorbeeld aan het destijds populaire Polygoonnieuws, dat in bioscopen vooraf aan de hoofdfilm werd gepresenteerd. Wat direct opvalt is de belerende toon van de commentator, maar dat niet alleen, er werd dikwijls een al of niet misplaatst optimisme weer gegeven. Op zich was dat wel begrijpelijk, na de afloop van de tweede wereldoorlog wat wederopbouw, zoals dat genoemd werd, betrof. Ook de waternoodsramp in ’53 geeft dat optimisme weer toen men besloot om de deltawerken uit te gaan voeren.
Dat brengt me tot de gedachte dat de zogenaamde ‘tijdgeest’ soms maar zeer kort duurt. Wie denkt er nu nog na over de ‘jaren zestig’, behalve dan in bepaalde televisie programma’s. Veel van de verworven vrijheden blijken in onze tijd helemaal niet zo vrij te zijn, maar allesbehalve gunstige resultaten op te leveren. Te denken valt aan aids en de veelal psychise problemen die de huidige maatschappij teisteren, door uiteengevallen huwelijken en een al te ver doorgevoerde individualisering, waardoor mensen in de eerste plaats aan hun eigen belangen denken. En er soms weinig empathie is voor degenen die in onze naaste omgeving leven, en op een grotere schaal, hoe het vele anderen vergaat elders in de wereld. Het nieuws, in welke vorm dan ook, laat dat ons dagelijks zien.
Om nu terug te komen op dat wat ik noemde, het ‘oubollige’ van dergelijke nostalgie programma’s, wat heeft dat te maken met wat ik over de huidige maatschappij schetste? Terug kijkend op dat nog niet zo heel verre verleden, zien we dus een wereldbeeld, dat wij allang achter ons gelaten hebben. De ‘normen en waarden’ van toen blijken ons nu niet meer aan te spreken. Ze komen op ons over als een ouderwetse tijdgeest, die achterlijk en bekrompen was. Het boek ‘De avonden’ van Gerard Reve geeft een goed tijdsbeeld van de jaren veertig, vijftig. Al lezende kom je tot de conclusie dat de overheersende tijdgeest, nu op ons als bekrompen overkomt, terecht dat niemand daar terug naar verlangt. Nu moeten we niet denken dat het vanzelfsprekend is dat wat wij nu als progressief en eigentijds beschouwen, superieur is aan die jaren van toen. Over twintig, dertig jaar, of nog veel eerder, kijken wij wellicht terug op onze huidige tijd, als wij nu doen op de jaren veertig, vijftig. Het is niet zo dat wij die in deze tijd leven, objectiever over onze tijd denken of oordelen dan de mensen destijds.
Misschien is een verklaring dat de tijd van vroeger op ons als oubollig overkomt, dat wij denken een sluitend systeem van uitgangspunten en/of stellingen te hebben. Die het reilen en zeilen van mens en maatschappij afdoende zou verklaren. Dat zou wel eens een grove misvatting kunnen zijn. We hoeven alleen maar naar andere culturen te kijken, waar over de dingen totaal anders gedacht wordt dan wij gewend zijn. Om tot een voorlopige conclusie te komen, mogen we wellicht stellen dat wat wíj denken superieur is, het zeker niet is. Noch ten aanzien van andere mensen, individueel, noch ten aanzien van andere culturen. Een terechte vraag is dan: is de oplossing dan een mengelmoes van allerlei meningen, gewoontes en opvattingen? Of kan ieder zijn eigen waardebepalingen doen? In onze geïndividualiseerde maatschappij, is dat best een heet hangijzer. In het besef dat ‘zoveel hoofden, zoveel zinnen’, lang niet altijd tot zinnige oplossingen leidt, volgde men wat het ‘poldermodel’ genoemd werd. Een manier van aanpak waar tegenwoordig nogal eens smalend over gesproken wordt. Net als veel andere systemen van overleg had het zijn goede en kwade kanten. Daar kunnen we het nog wel eens een andere keer over hebben.
mei 11th, 2009
Posted by
jacques |
Uncategorized |
no comments
Lieve mensen, het is al weer een tijd geleden dat ik hier iets aan het w.w.w. toevertrouwde. Dringender zaken hielden me doorlopend bezig. Daar komt nog bij kijken dat de ‘ geest wel gewillig was, maar het lichaam liep mijlenver achter’ . En aangezien ik de computer nog niet kan aansturen met mijn handen in een zéér gevoelige handafdruk, (vrij naar Asimov) die de plaats van het toetsenbord heeft ingenomen, moet ik , ‘hoe primitief ‘ , mijn vingers over het toetsenbord laten dansen in de hoop dat ik ze goed aansla! Je zou denken een toetsenbord hoort toch eigenlijk bij dat ‘aftandse’ apparaat dat ‘te veel eer kreeg’, door het een schrijfmachine te noemen. Eerder was het een voor privé gebruikte ‘drukmachine’. Geen wonder dat ze iets nieuws bedachten! Niet consequent genoeg, denk aan qwerty en je zit weer in de vorige eeuw. Dat doet me denken aan plastic mandjes, je raad het al, die de vorm van een ‘echt’ gevlochten mandje hebben. Dit ‘eclectische’ design is niet nieuw, er zijn al duizenden jaren geleden aardewerken mandjes gemaakt. Gevoelige zielen op dit terrein hebben eigenlijk geen leven. Misschien worden ze wel draaierig bij het bedenken van zo veel kitschdesign? Veel hoop op verbetering is er niet gezien de vele Blokkerachtige de economie op pijl houdende zaken. Of zou de recessie hoop geven? Er was een cartoon in de Volkskrant: “Twee mensen staan voor een geschenkenwinkel, zegt de een tegen de ander: ‘Dank zij de recessie hoeven we dit allemaal niet meer te kopen’ ”
Maar om op design terug te komen, problemen met de aanblik ervan berusten soms op een ‘uit de hand gelopen gevoel voor estetica’ . Dat lijkt mij behoorlijk subjectief, of zou het in de genen zitten? Een troost voor degenen die er last van hebben. Hoewel in de minderheid, zijn we niet alleen, kunnen we onze kitschafkeer af en toe op peil houden! Om eerlijk te zijn ik heb er ook wel eens problemen mee. Een voordeel is er wel, we kunnen de illusie koesteren dat óns smaakgevoel gewoon véél beter is. Oei dat gaat te ver, volgens de bijbel moeten wij de ‘ander’ superieur achten aan onszelf.
Om niet al te langdradig te worden, eindig ik mijn oproerige taal maar. Sjakie-Chokolakie
Ps. Joël gaf nog een bijkomende reden om bijvoorbeeld wekelijks te bloggen, al is het maar een regel. Dat stond i.v.m Google, het schijnt dat die een keer in week mijn blog controleert (hoe griezelig) of er wat nieuws op staat. Dat zou weer gunstig zijn voor als mijn ‘God dobbelt, of toch niet? ‘ project op een Wiki-achtige omgeving staat. Hij heeft het wel uitgelegd waarom dat zo is, helaas ben ik het alweer vergeten
januari 2nd, 2009
Posted by
jacques |
Uncategorized |
no comments
Beste bloggerjacques, schaam je je eigen niet, om al die belangstellende lieve, dagelijkse blogjeslezers zolang te laten wachten?
februari 15th, 2008
Posted by
jacques |
Uncategorized |
2 comments
Beste lezers, volgens een zekere J. de Bruijn jr. is eenmaal per jaar een blogje schrijven ook regelmatig. Mijn laatste blogje is van september, dus heb ik nog alle tijd? Het is maar hoe je het bekijkt, een log op het web is eigenlijk afgeleid van het aloude ‘logboek’, dus zo modern is het nu ook weer niet. Zoals jullie wel zullen weten was een logboek een soort scheepsjournaal dat dagelijks (frans: jour) door de kapitein van een schip ingevuld moest worden. Dus de geest hiervan hiervan toegepast op het, in andere opzichten zeer modern, logboek, wordt je stillekens aangemaand om dat dagelijks bij te houden. Dat nu gaat wel wat te ver, maar een keer per jaar doet me meer denken aan het invullen van (geestelijk) belastingformulier. Dus om mijn interesse (en die van jullie in mijn geschreven frutsels) niet te verliezen, zal ik proberen wat frequenter dit soort frutsels wereldkundig te maken (nou ja wereldkundig?)
Mocht je ooit meemaken dat je je interesse verliest in iets dat je eerst erg de moeite waard vond, denk er dan eens over na of dat verlies van interesse verantwoord is. Bijvoorbeeld omdat het over achterhaalde en/of versleten ideeën gaat, niettemin kan het gebeuren dat je al overdenkent tot de conclusie komt dat datgene wat je belangstelling aan het verliezen was een integrerend bestanddeel van je huidige en/of toekomstige leven uitmaakt. Nu is het zo dat men zegt dat ons brein selectief die dingen bewaart (saved) die de moeite waard zijn en al het andere overboord gooit. De reden daarvoor zegt men ligt erin ons brein voor overbelasting te hoeden. (misschien dat als ons ‘prullenbaksysteem’ niet meer werkt wij dan last van een ‘burnout’ krijgen’?)
Dat laatste is minder wenselijk, dus moeten we trachten het evenwicht te behouden tussen een ‘overbeladen’ prullenbak en een brein waar de ‘vlammen uitslaan’. Een taalpurist die denkt waarom nu allemaal engelse uitdrukkingen, zegt in goed nederlands gewoon ‘ik ben afgebrand’. Maar gelukkig (?) zijn we zo goed op de hoogte dat we de aanduiding ‘burn out’ ook prima snappen. Overigens kun je je afvragen of puristen niet reactionair zijn. In de middeleeuwen verstonden ze in grote delen van Europa wat ze nu ‘diets’ noemen. Taalkundig was de EG dus verder dan nu. Wat ‘donkere’ middeleeuwen? Behalve de ‘anglikaanse’ invloeden stond er in de Volkskrant van vandaag een artikel over de veranderde uitspraak van het nederlands. Volgens een onderzoeker staat zelfs Trixie er aan bloot. Dat wil zeggen, dat ze meedoet aan het niet uitspreken van de r in woorden als geboo(r)te en waa(r)dering. Test jezelf eens? Bij mij zelf bemerk ik dat het al of niet uitspreken van de r afhangt van het langzaam of snel uitspreken van zulke woorden. Volgens deze onderzoeker vervalt de r aan het eind van een lettergreep, dus wordt het ‘wooden’, zie je het al voor je, of hoor je jezelf al wooden zeggen? Wat ik zelf in mijn mond proef is meer een tussenweg. Het klinkt meer als ‘gebo-en dan een samenklank tussen de tweede o en de r. Nu ja we zien wel wat het wordt!
Erger lijkt mij de oprukkende invloed van sms-taal en ‘straattaal’, over dat laatste een programma bij BNN, waarvan een presentatrice eerlijk toegeeft daar niet veel van te verstaan. Overigens beïnvloeden talen elkaar altijd en zullen dat blijven doen, alleen in min of meer gesloten gemeenschappen blijven talen (dialecten) soms eeuwenlang hetzelfde. Bekijk je woordenboeken met meerdere talen in kollommen naast elkaar, dan zie je veel overeenkomsten. Zelfs in talen van verschillende taalfamilies. Om maar een voorbeeld te noemen, engels en frans, het een een germaanse en het ander een romaanse taal. Niettemin vind in beide talen overeenkomende woorden, zij het dan anders gespeld/uitgesproken. Op zich niet zo verwonderlijk want tot aan het einde van de ‘honderd jarige’ oorlog waren grote gebieden van Frankrijk in Engelse handen.
Een leuk voorbeeld (?) hiervan vond ik in een artikel over Stalin, waar hij het over broeders en zusters heeft (de smiecht, hij moest wel de luitjes bij elkaar krijgen voor de oorlog tegen Hitler) dat is zo geschreven (in ons alfabet) ‘bratja i sjostry’. Met enig voorstellingsvermogen transponeer je dat naar ‘brothers and sisters’. Maar genoeg hierover, hoewel het een interessant onderzoeksgebied is. Om je je verstand te gbruiken, moet je sommige interesse’s maar aan de periferie van je brein laten zitten.
Tot over een half jaar, bloggerjacques.
februari 15th, 2008
Posted by
jacques |
Uncategorized |
one comment