Het begint nu dan toch ergens op te lijken. De eerste delen van mijn boek staan op internet. Nu maar afwachten of er commentaren opkomen. Zal ik een sticker op mijn auto plakken om mensen op de hoogte te stellen of zal ik flyers in brievenbussen doen? Nééééé natuurlijk, er zijn betere wegen, maar ik, toch nog een ‘halve digibeet’ , vergeet telkens weer hoe dat in elkaar steekt. Mijn oudste zoon, een digifreak, heeft het mij uitgelegd. Het enige wat ik ervan meen te hebben onthouden, is dat het zinvol is om bijv. een keer in de week een blogje te posten. Gooi het maar in mijn digipetje, ik snap niet hoe dat dat ertoe bijdraagt dat belangstellenden mijn controversionele ideetjes over het universum, quantum of relativiteit, zullen gaan lezen.
Geruime tijd geleden kwam ik in contact met een vriendelijke astronomie-hoogleraar. Ik kon hem globaal vertellen waarover mijn boek ging. Beredruk natuurlijk zo’n man. Toch wilde hij het wel inkijken en indien te weinig tijd het aan een van zijn studenten laten lezen. Nu hoop ik maar dat ze niet met mijn ideeën aan de haal gaan. Daarom ben ik blij dat het nu op internet komt. Ik kan natuurlijk altijd nog refereren naar de e-mail waarmee ik het manuscript aan hem verzonden heb. Dat heb ik de dag na onze ontmoeting gedaan. Jammer dat ik nog geen reactie heb gekregen. Misschien dat ik hem eens attent maakt op de boek-site. Daar komt het in delen op te staan en dat is misschien wat makkelijker dan een manuscript van 450 pagina’s door te spitten. Okay, tot mijn volgend blogje.
Mag ik uw email adres, ik heb een vraagje over 5.5. Kan het niet vinden op de website.
Beste Daniël, mijn mail adres is jacques_de_bruijn@hotmail.com
Ik weet niet of het lang geleden is dat je reageerde, door omstandigheden houdt ik het niet frequent genoeg bij. Ik hoop dus dat je deze reactie nog leest.
Groeten Jacques de Bruijn.
Over quantumexperimenten bedacht ik ooit iets soortgelijks als in uw hoofdstuk 3.2 en 3.3:
Door Wichmann is voor het foton het beeld gebruikt van een puntdeeltje dat zich met de snelheid van het licht als een bolgolf uitbreidt (Ortoli en Pharabod 1987, Penrose 1990). Een quantumbolgolf is dan op te vatten als een waarschijnlijkheidsgolf die bij meting wordt gereduceerd tot een puntdeeltje met een discrete waarnemingstoestand, zoals golflengte, polarisatierichting, impuls of positie.
Deze bolgolf-interpretatie van quantumexperimenten is het gemakkelijkst in te zien bij het experiment van Alain Aspect uit 1982 met paren tegengesteld gepolariseerde fotonen en twee tegenoverelkaarstaande detectoren. Twee fotonen zouden als twee niet-scheidbare bolgolven met onbepaalde polarisatie dezelfde kans hebben om als ’eerste’ een detector te bereiken, waardoor de polarisatie van beide deeltjes willekeurig wordt bepaald (lokalisatieprobleem). Bolgolven zich naar alle richtingen even ver uit. Daardoor kan een meetapparaat dat door de polarisatie van de ene bolgolf wordt aangeslagen de polarisatie van de andere bolgolf bij het tegenoverliggende meetapparaat op verre afstand vastleggen. Bovendien kunnen twee met elkaar verstrengelde bolgolven een onderliggende, verborgen polarisatie bezitten (Einstein) die niettemin door de eerste detector willekeurig wordt vastgelegd (Bohr), aangezien beide bolgolven – in tegenstelling tot een paar puntdeeltjes – tegelijk de eerste detector bereiken.